Stoom Stichting Nederland
SSN
Materieel overzicht.

Meer weten over Stoomlocomotief 01 1075? Klik!
De sneltreinlocomotieven van de Duitse serie 01 10 zijn locomotieven van het Pacific-type. Locomotieven van dit type hebben de asindeling 2'C1', dat wil zeggen twee loopassen voor (verenigd in een draaistel), drie drijfassen en een loopas achter. De serie 0110 is een driecilinderlocomotief waarvan er 55 zijn gebouwd, alle bij de Berliner Maschinenbau AG. vormals L. Schwartzkopff.*
* Volgens de SSN
Als tweede de Stoomlocomotief 23 023

Meer weten over Stoomlocomotief 23 023 ? Klik!
Na de tweede wereld oorlog was er een behoefte aan nieuwe generatie stoomlocomotieven. Aangezien zowel diesel als elektrische tractie te duur was en nog niet betrouwbaar genoeg geacht werd. Werden er een aantal nieuwe locomotiefseries ontwikkeld, de BR 23, 65, 82 en de experimentele series 10 en 66. De locomotieven werden gebouwd volgens de ( toendertijd ) modernste middelen, zo waren de ketels, elektrisch gelast in plaats van geklonken. Door een verbeterde tenderkoppeling konden de machines achteruit ( met de tender voorop ) een snelheid van 80 km/u halen, waardoor deze machines ook konden worden ingezet op spoorlijnen die niet voorzien waren van een draaischijf. Ook waren deze machines geschikt gemaakt voor trek-duw treinen. De Br 23 was de beoogde opvolger van de welbekende P8 ( Br 38 ). In totaal zijn er 105 exemplaren van deze serie gebouwd.*
* Volgens de NMMD
Als derde de Stoomlocomotief 41 105
Meer weten over Stoomlocomotief 41 105 ? Klik!
Een van de best ontworpen en gebouwde locomotiefserie van de Deutsche Bundesbahn! In 1936 werd de eerste machine van de serie BR41 afgeleverd. In totaal zouden er 366 gebouwd worden waarvan de laatste in 1941 werd afgeleverd. Oorspronkelijk bedoeld voor het rijden van zogenaamde snelgoederentreinen. Door het trekken van slachtveetreinen, kregen de machines als snel de naam De Ossenlok. Door haar snelle acceleratie snelheid van maakte deze de ietwat 'trage' maximale snelheid van 90 km/u goed, waardoor de locomotiefserie veelvuldig werd ingezet in de passagiersdienst.*
* Volgens de NMMD
Als vierde de Stoomlocomotief 50 1255

Meer weten over Stoomlocomotief 50 1255 ? Klik!
Aan het eind van de jaren 1930 kwam er de behoefte aan een sterke lokomotief voor de nevenspoorlijnen, die ook geschikt moest zijn voor het trekken van reizigerstreinen. Dit resulteerde in de serie 50. Met een asdruk van 15 ton, en de mogelijkheid om zowel vooruit als achteruit, tender voor op, een maximum snelheid te halen van 85 km/u werd het een populaire machine. In totaal werden er bijna 3800 locomotieven van deze serie gebouwd. Tevens werd op basis van deze serie, een vereenvoudigde serie ontwikkeld, de serie br 52. Na de tweede wereldoorlog zijn er, als oorlogs-herstelbetaling, veel locomotieven van deze serie over gedragen aan België, Frankrijk, Polen, Roemenië en Oostenrijk. Door de omnummering in 1968 werden de locomotieven van de serie Br50 ingedeeld als br 050-053.*
* Volgens de NMMD
Als Vijfde de Diesellocomotief 2225

Meer weten over Ex NS 2225? Klik!
Stichting Museum Materieel Railion (SMMR) heeft zijn Diesellocomotief, de ex NS 2225 ondergebracht bij de SSN. Deze mooie stoere 2225 is ook regelmatig te zien in samenwerking met een loc van de SSN.

Meer weten over Tenderloc 65018? Klik!
Baureihe 65 (bouwserie 65) is een serie van 18 tenderlocomotieven voor personentreinen gebouwd in 1951-'56. Het ontwerp van deze serie is volgens het conceptplan Neubaulokomotive voor bouw van een aantal nieuwe stoomlocseries voor de net opgerichte Deutsche Bundesbahn.
Ze waren bedoeld als vervanging van de Pruisische T18 / Baureihe 78 en T 14.1 / Baureihe 93.5. Zij werden ondergebracht in de 'Bahnbetriebswerken' (locomotievendepots) Darmstadt (7), Düsseldorf (3), Remscheid-Lennep (2) en Letmathe (1). Tussen Düsseldorf en Essen reden zij vanuit het BW Essen (5) ook in de S-Bahn dienst. Tussen Limburg an der Lahn en Wiesbaden en rondom Darmstadt werden met de locomotieven van deze serie ook wel goederentreinen gereden.
De Firma Krauss-Maffei leverde in 1951 eerst 13 machines en later nog 5 van 1955 tot 1956. De eerste machine, met het nummer 65 007, werd al in 1966 buiten dienst gesteld.
Alle locs kregen een gelaste hoogrendementsketel. De nummers 65001 - 65013 rustte men uit met een oppervlaktevoorwarmer. De Nummers 65014 - 65018 kregen een mengvoorverwarmer. Voor het trek-duwverkeer werden de nummers 65012 - 65018 uitgerust. De laatste vijf locs van deze serie bereden het baanbak Düsseldorf – Kettwig – Essen.
Zo waren er van deze tweecilinder stoomlocs bij de Bundesbahn drie verschillende varianten.
De Locs van de Baureihe 65 bewezen zich als uiterst betrouwbare machines, zij waren weliswaar niet universeel inzetbaar, want zij beschikten maar over kleine voorraden en konden daarom alleen in lokale goederenverkeer worden ingezet. Op het laatst waren de locomotieven in Aschaffenburg en Limburg gestationeerd.
De 65 018 kreeg een speciaal licht aandrijfwerk, dat later bij alle machines toegepast werd, ook bezat deze loc een turbovoedingspomp. Zij werd als laatste van deze serie in 1972 bij het Bw Aschaffenburg buiten dienst gesteld. 65 018 bleef bij de Stoom Stichting Nederland in Rotterdam bedrijfsvaardig behouden, nadat zij in 1981 door het Deutsches Dampflokomotiv-Museum overgedragen werd.*
* Volgens de Wikipedia
Meer weten over Locomotief C.4 03 ? Klik!
Cockerill te Seraing (B, nabij Luik) bouwde, op enkele hoofdlijnlocs na, enkel machines voor (zwaar) industrieel gebruik. Bij aflevering werd de locomotief aan de tand gevoeld door de toenmalige Staats Mijnen in Limburg, die de afnameproef uitvoerde (samen met vertegenwoordigers van de Hoogovens). Wanda was voorzien van een automatische koppeling op het Hoogovens-terrein, wat rangeren makkelijker maakte. Na 21 jaar trouwe dienst werd ze te licht bevonden en in bruikleen gegeven aan de SSN.
Deze ex-Hoogovens machine vormde jarenlang de ruggengraat van het SSN rangeerwerk, ondanks haar bescheiden afmetingen is ze erg sterk, de stam bestaande uit 7 rijtuigen inclusief stoomlocomotief vormt geen probleem voor haar. Ook zij vertegenwoordigd een ras, het ras der Cockerill, die anno nu moet vechten voor haar Belgische bestaan, en zij doet zoals een locomotief behoort te doen: stil, krachtig en betrouwbaar.*
*Volgens de NMMD
Als achtse Ex NS 228

Meer weten over Locomotief C.4 03 ? Klik!
De 228 wordt bij eveneens de SSN gebruikt voor rangeerwerkzaamheden. Het trekken van een complete rijtuigstam wordt hoofdzakelijk uitgevoerd met de sterke C.4-03.*
*Volgens de SSN
Als negende Ex NS 658

Meer weten over Ex NS 658 ? Klik!
De NS-locserie 500 - 600 - 700 is een dieselelektrische locomotief die vanaf 1946 werd ingezet door de Nederlandse Spoorwegen.
De NS-locserie 500 - 600 - 700 is een dieselelektrische locomotief die vanaf 1946 werd ingezet door de Nederlandse Spoorwegen.
Met de komst van de Britse legers naar Nederland aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kwamen er ook Britse locomotieven van het War Department mee. Hieronder waren drieassige diesellocs van een type dat al in de jaren dertig was ontwikkeld voor de London Midland and Scottish Railway (LMS). Na de oorlog werden diverse machines door de NS overgenomen. Na diverse ruilingen bleven er uiteindelijk tien ex-WD locs bij de NS, die in 1946 de nummers 501-510 droegen. Zij werden gebruikt voor rangeerwerk op grote stations zoals Utrecht en Zwolle en vanaf 1947 Rotterdam Feijenoord.*
Volgens NMMD